Lelijke Plekken

Lelijke plekken.
De wereld is vol van mooie plekken. De wereld is zó vol van mooie plekken dat er nauwelijks nog ruimte is voor lelijke plekken. Lelijke plekken kom je in de wereld bijna niet meer tegen. Nog even en de wereld is áf.

De mooie plekken waar Bart Lodewijks naar op zoek is zijn lelijk, moeilijk begaanbaar, onvruchtbaar, in oorlog of verlaten: Sahara, Sarajevo, Glasgow, Hoorn. Ik noem er slechts enkele. Lodewijks woonde er of bezocht de locaties. Lodewijks lijdt niet aan de kunst maar lijdt vooráfgaand aan de kunst. Lelijke plekken worden voor hem pas mooi als er een lichamelijke inspanning aan vooraf gaat: een uitputtende reis of een fietstocht.

Wanneer ik me verplaats, reis ik bij voorkeur af naar locaties die comfortabel worden genoemd: het is er warm, er is voldoende eten & drinken en het totaal stimuleert het libido. Michel Houellebecq’s Platform staat bol van dit soort plekken. Het zijn díe plekken waar Lodewijks bij voorkeur niet naar op zoek is.

Ik leerde Bart Lodewijks in 1995 kennen op de 2e fase-opleiding beeldende kunst in Rotterdam. Hij had zijn studie aan de academie in Breda afgesloten. Hij tekende op muren. Hij nodigde me uit een leegstaande villa in de bossen van Breda te bezoeken waar hij tekeningen op de wanden had aangebracht. Zomaar.

Tijdens zijn aanwezigheid op de 2e fase in Rotterdam tekende Lodewijks lijnen op de kunstmatige, witte muren van het instituut. Veelal in serie geschakelde projecties van de waarneming gebaseerd op minimaal verschoven perspectief. Hij leek niet tevreden. Hij vertelde over een reis naar de Noordkaap die hij zich ten doel had gesteld: 8000 kilometer, per fiets. Vriend en fotograaf Huig Bartels fietste met hem mee en gezamenlijk deden zij verslag van de reis in de publikatie Nooit meer naar de Noordkaap (Elmar & Goossens, 1998). Peter Winnen, stadsgenoot en professioneel fietser, schreef het voorwoord. Daarna verloor ik Lodewijks uit het oog.

In 1997 vertrekken Bart Lodewijks en Joost Conijn (beide studeren aan het Sandbergh Instituut) naar de Sahara. Zij nemen een hek op hun oplader mee. Nadat zij in Spanje opnames hebben gemaakt rondom een radioprogramma over het geboortedorp van Luis Buñuel, monteren zij het hek in de woestijn op een daartoe geëigende plaats. Wanneer een auto het hek nadert, opent het hek automatisch. Lodewijks en Conijn maakten een road movie van de onderneming (C’est une Hek, 1997). Het plaatsen van een hek in de woestijn is een activiteit vergelijkbaar met het leeggieten van een flesje cola in de Noordzee. Met ironie wordt het idealisme van de kunst te kijk gezet.

Een jaar later vertrekt Lodewijks met collega-kunstenaar Gerard Hülsenbeck naar Bosnië. Ter plekke ondervragen zij diverse hulporganisaties en onderzoeken ze of de aanpak van de organisaties past op de wensen van de lokale bevolking. Ook dit verslag wordt op videofilm gedocumenteerd (Why did you stay Boro!?, 1998).
Eerder dat jaar maken Hülsenbeck & Lodewijks de reportage Dayton export-import, een subjectief verslag over de beleving van vrijheid tijdens een ondergesneeuwde jaarwisseling in Sarajevo. Toen ik Lodewijks na jaren terugzag, woonde hij in Glasgow. Hij tekende opnieuw. Op lelijke plekken.

Een psycholoog vroeg, in het kader van nazorg, aan de slachtoffers van de Bijlmerramp de videobeelden te beschrijven van het vliegtuig dat op de Bijlmerflat stortte. De vraag leverde zeer gedetailleerde beschrijvingen op. Echter: er bestaan geen videobeelden van de inslag. Engagement is een verbintenis die de emotie hecht. Zo verbind je je aan een geliefde, aan een hond, aan rampspoed of aan een plek.

De door de Bredase kunstacademie vers afgeleverde kunstenaar besefte in Rotterdam zijn kwaliteiten maar leek niet tevreden met de reikwijdte van diezelfde kwaliteiten. Het plaatsen van lijnen op een maagdelijke muur leverde lijnen op een maagdelijke muur op. De wereld hield zich van dit lijnenspel afzijdig. Desondanks is een lijn een aantekening op de wereld. Waar was die wereld?

Dus fietste Lodewijks in het voorjaar van 1996 naar de Noordkaap. Daar zou hij de wereld treffen, schaken en met zich meenemen. In de zomer 1997 fietst hij naar Sarajevo. De pelgrimage naar de Sahara had reeds (begin 1997) plaatsgevonden. Tijdens de jaarwisseling 97/98 maken hij en Hülsenbeck de opnames in Sarajevo. In 1998 volgt het verblijf in Bosnië.
In 2000 onderneemt Lodewijks opnieuw een fietstocht richting Turkije. Deze tocht moet door tegenslag en ziekte worden afgebroken (Scheuren in een Bastion, gepubliceerd in: De Vogelvrije Fietser). In 2001 woont hij in Glasgow. In 2003 vestigt hij zich in Hoorn en start hij met Danielle van Zuylen in een voormalige dependance van het Sandbergh Instituut Hotel Mariakapel: een alternatieve tentoonstellingruimte annex residentie.

Videobeelden van de reizen naar Sarajevo en Bosnië zouden door de VPRO worden uitgezonden. Voor de realisatie van Why did you stay Boro!? kreeg Lodewijks een camera- en geluidsman mee van de Vrijzinnige Omroep. Het engagement waarnaar de stille tekenaar op zoek was, zou zijn vervulling vinden in de transportatie naar honderdduizenden luidruchtige beeldschermen in Nederland. Beide documentaires werden niet uitgezonden. Zo toetst een romanticus zijn idealisme aan de wereld.

Door zijn tekeningen opnieuw te hechten aan de vergeten restruimten van willekeurig welke stad (als tattoo’s op aards cellulitis) lijkt Lodewijks teruggekeerd in de schaamstreek van de aarde. Dat is niet teleurstellend. Beeldende kunst kan zich de weelde van full time engagement niet veroorloven. Daartoe is de beeldende taal ontoereikend. Desondanks laaft elk centrum van de macht zich aan de marges waarmee het zich omringt.

Het gegeven dat Lodewijks tekeningen in de gehavende, publieke ruimte door regen, graffiti of urine in de toekomst zullen worden gewist, maakt ze des te sympathieker. Het imperialisme van engagement is huiveringwekkend.

Rotterdam, mei 2003
COLOFON:
Tekst geschreven voor de catalogus Looking for a beautiful place, Bart Lodewijks, Roma Publication 48. Scottish Arts Council, Glasgow, Scotland.