0504 Brief ii

Zutphen, 1 juli 2007
Marinus,
Hoeveel ruimte heb jij nodig? Ik dacht dat ik je de afgelopen jaren voldoende ruimte liet. We hebben altijd jouw agenda gevolgd, ik heb me in de plooien van jouw tijd gevoegd. Dat mijn wispelturigheid jou vermoeit, verbaast me. Ik heb je daar nooit over gehoord. Als we vreeën was jij degene die geen rust vond. Toen heb ik je nooit gehoord over mijn wispelturigheid of creativiteit.

Ja ik ben wispelturig en ja mijn wispelturigheid is voorspelbaar. Nou en? Denk jij nu echt dat ik niet moe word van jouw analyses, redelijkheid en argumenten? Jouw verbaal offensief? Denk jij nu werkelijk dat jij onvoorspelbaar bent?
Ik kan je uittekenen in je blauwe overhemd met je sigaar op een stoel op het terras. Ruimte! Ik hield van je. Ik nam je zoals je was.
Het wordt duidelijk dat liefde voor jou een programma van eisen is waaraan het object van liefde zich onderwerpt. Welnu, jouw dag, jouw visie.
Het gaat goed met mij. Voorlopig kom ik de a1 niet meer over.
J.