0520 Zettel

De basiseenheid van Wittgenstein’s oeuvre is niet het boek of essay maar de losse aantekening (Bemerkung), die een scala aan onderwerpen kan betreffen, variërend van de grondslagen van de wiskunde en de psychologie tot aan de taaltheorie en de ethiek. Weliswaar liet hij bij zijn dood ruim 20.000 bladzijden na, maar deze grotendeels ongepubliceerde Nachlass bleek te bestaan uit een tamelijke chaotische verzameling opmerkingen, vragen, parabelen en kanttekeningen. Hij maakte zijn aantekeningen in talloze notitieboekjes en schriften, die hij daarna, vaak in een andere formulering of volgorde, dicteerde aan typisten. In die typoscripten bracht hij daarna weer allerlei veranderingen en aanvullingen aan, en vaak knipte hij die vervolgens met de schaar in losse stukken (Zettel) om daarvan weer nieuwe typoscripten samen te stellen. Hoe wanhopig hij ook probeerde, het lukte de obsessief schrijvende Wittgenstein na de Tractatus niet meer om uit de groeiende chaos een boek te componeren. Op 4 december 1946, vijf jaar voordat hij aan kanker zal sterven, schrijft hij in een van zijn notitieboekjes: ‘Ik had graag een boek, een heel mooi boek willen schrijven, maar het is me niet gelukt en nu is het te laat’.
(Jos de Mul, ‘Wittgenstein 2.0. Wittgenstein als wegbereider van het einde van de boekenwijsheid’, NRC Handelsblad Cultureel Supplement, 17 augustus 2007)