0526 1e column KAAT: Verse ambassadeurs

De openbare ruimte staat nonstop onder druk. Honden, inwoners, vormgevers, middenstanders, projectontwikkelaars, landschaps-architecten, planologen en beleidsmakers eisen allemaal een deel van de openbare ruimte op. Om slagvelden te voorkomen, spannen juristen een web van regels over het gebruik van openbare ruimte. De openbare ruimte kan om die reden ook een juridische ruimte worden genoemd.

De staat biedt, als eerste eigenaar, de juridische openbare ruimte te koop aan. Wie de hoogste prijs betaalt heeft het meest recht op de openbare ruimte. NS Vastgoed, Rijkswaterstaat en diverse bouwfondsen bezitten om die reden veel openbare ruimte. Wat doen de nieuwe eigenaren met hun openbare ruimte?

Sommige partijen drukken infrastructurele werken in de bodem van hun openbare ruimte. Iedereen in Nederland beweegt: infrastructuur is hard nodig. Andere partijen parachuteren woonwijken in openbare ruimten. Ter compensatie van de hoeveelheid infrastructuur die deze woonwijken omklemt krijgen bewoners een voor- of achtertuintje aan hun woning geplakt. Wie meer betaalt, bezit een landgoed. Zo is de openbare ruimte al bijna opgedeeld.
Rest de straat. De straat is van de staat, niet van de inwoners. Sommige inwoners denken daar anders over en bezetten het trottoir zo snel de temperaturen het toelaten. Middenstanders bouwen hun handel op het trottoir uit. Wat aan openbare ruimte overblijft wordt opgeslokt door auto- en fietsverkeer, groen, lantaarnpalen, antiparkeerelementen, banken en bloembakken. De openbare ruimte is door de overheid en de Hollandse kleinburger binnen de regels van het spel in een mum van tijd geheel uitverkaveld.

Als laatsten doen minst draagkrachtigen hun bod op de restjes niemandsland, de rafels van de stad, de stadskieren, de stedelijke restruimten, het vergeten land. Hier, in de zwarte gaten van het juridisch universum, verzamelen zich de gevallen kunstenaars, de anarchisten, de junkies, de psychiatrische patiënten, de dealers en de prostituees. Alcohol, grafitti en cocaïne zijn de handelswaar, borderline is hier het trefwoord.

Pas als de openbare ruimte tot op de laatste draad is verkocht, verdeeld, verkaveld en illegaal in gebruik is genomen, eist de beelden kunst haar positie in de openbare ruimte op. Daar laat ze zich voor betalen. Beeldende kunst ruilt geestelijk kapitaal tegen harde valuta.

Instituties, musea en galleries, hebben voor deze ruil een methode of attitude ontwikkeld. Zolang de beeldende kunst zich aan de regels van de instituties houdt, weten de betrokkenen exact wat ze moeten doen: welke waarde ze aan kunst hechten, wat het betekent in Europees en mondiaal verband, wat het op de markt doet, hoe het zich tot China verhoudt, hoe Rem Koolhaas erover denkt en wat de mening is van Saatchi & Saatchi. Wanneer de beeldende kunst zich echter buiten de instituties manifesteert, in de openbare ruimte, weet de gemusealiseerde beroepsgroep zich geen raad en valt ze uiteen in een verzameling onhandige postzegelverzamelaars.

Kunst in de openbare ruimte heeft ambassadeurs nodig: verse, sterke ambassadeurs. Invloedrijke figuren of constellaties van sterke invloedrijke figuren die op het niveau van de staat, náást de instituties en boven het kruimelniveau van de burgerlijke verkaveling, meedingen naar het recht op ruimte.
Niet om die ruimte gedachteloos op te vullen maar om strategische posities in de openbare ruimte op te eisen.

Gepubliceerd in KAAT (kunst & economie in Rotterdam) no 1, december 2007.
KAAT is een uitgave van het centrum beeldende