0534

Ik bevind mij in de mondholte van de president van Frankrijk. Ik heb geen idee waarom. Ik weet ook ik niet hoe ik hier terecht ben gekomen. Voorzichtig probeer ik me op de tong van de president staande te houden, wat nauwelijks lukt. De president is rap van tong en hij is in bespreking. Het staatshoofd is sowieso een onrustig mens. Hij houdt zijn hoofd geen seconde in dezelfde houding.
In de mondholte van de president van Frankrijk ruikt het naar knoflook. Ik houd van knoflook. Af en toe, na een oprisping van de maag, waait er een zure wind door de mondholte. Achterin de onderkaak ontbreken enkele kiezen. Op die plaatsen wijkt het tandvlees. Ik nestel me in een van de holtes. Het is nu nog een kwestie van wachten. In het toilet zet ik me schrap als de president zijn neus ophaalt en met een bovenmenselijke winddruk het speeksel in de toiletpot spuugt. Een gewoonte.

Ook is het zaak alert te blijven tijdens de maaltijden. De enorme brokstukken voedsel die passeren zijn veelal levensbedreigend. Ik houd me tijdens maaltijden op tussen bovenlip en tandvlees. Het enige gevaar daar is de snelle veeg van een vinger om een laatste restje brood of broccoli te verwijderen. Als de maaltijd voorbij is en de rust lijkt hersteld, is het zaak opnieuw achter in de mondholte plaats te nemen teneinde buiten het bereik van de tandenstoker te blijven. Daarna neemt het wachten een aanvang.
Na het dichtslaan van het autoportier en enkele begroetingen over en weer hoor ik de verte reeds haar stem. Het daglicht stroomt de mondholte binnen. Verblind laaf ik me aan de geparfumeerde tong van Carla Bruni.