0538

De deal is snel gesloten. In ruil voor tandheelkundige hulp stelt de kunstenaar voor een verhalenbundel te schrijven.
- Een boek voor elke patiënt, zegt hij.
- Een goed idee, zegt de tandarts.
Op maandagochtend meldt hij zich om half zeven op de praktijk in het centrum van Rotterdam. De tandarts gaat hem voor naar de kelder waar een twaalftal broeken en hemden in een onopvallende kamer op rij hangen. Hij ontdoet zich van zijn kleding en trekt de professionele outfit aan. Het witte katoen valt soepel over zijn huid.
In de praktijk heeft de eerste patiënt zich reeds gemeld. Samen met de tandarts stapt hij de behandelkamer binnen. Onder zijn linkerarm heeft hij een schrijfbloc geklemd. Hij stelt zich voor aan de assistente. Ze heeft prachtig, gitzwart haar en ruikt naar blanke lelies.

- Dit is Q., stelt de tandarts me aan zijn patiënt voor. Q. is een arts in opleiding, hij loopt vandaag met ons mee. Ik knik en geef de man een hand. De hand is warm en vochtig. De patiënt haakt zijn sjaal aan de kapstok en neemt plaats in de stoel. Er ontsnapt een windje aan zijn anus.
In noteer in mijn notitiebloc: ‘De verhouding tussen tandarts en patiënt zal altijd een ongemakkelijke zijn. De pijn, de steriele ruimte, de ondergeschikte horizontale positie van de patiënt zijn niet bevorderlijk voor een amicale sfeer tijdens het consult.’
De behandelstoel wordt in werkpositie gemanoeuvreerd. De lamp gericht.

Ik ben gelukkig in mijn tandartsen outfit. Eindelijk lijk ik op wat men denkt dat ik ben: een tandarts in opleiding. Vandaag hoef ik niets uit te leggen.
- In dit pak zal iedereen je geloven, had de tandarts me aan het begin van de ochtend gezegd.
Wanneer de dag vordert groeit mijn zelfvertrouwen in die mate dat ik de patiënten met een misplaatst dédain aanschouw. Wat een loosers!
Met spijt leg ik aan het eind van de dag in het ondergrondse peeskamertje het uniform in de wasmand. Ik trek mijn eigen kleren aan. Ik ben opnieuw incognito. Vanaf nu moet ik me als kunstenaar als vanouds legitimeren: wat ik doe, waarom, op welke wijze en wat ik de gemeenschap kost.