0552

In Het Dovemansorendieet van Maarten ‘t Hart (1) draait alles om de kwaliteit van de spijsvertering. Het Dovemansorendieet is een reactie op de boeken en aanbevelingen van dieetgoeroes als Sonja Bakker en Michel Montignac. Maarten ‘t Hart is opgeleid als bioloog. De hoofdstelling in zijn boek luidt: ‘Overal mag ik in bijten mits ik daarvan flink ga schijten.’ Of: ‘Overal mag ik van snoepen, mits ik daarvan flink ga poepen.’
‘t Hart heeft voortdurend honger en kan de verleiding om te eten niet weerstaan. Hij eet de hele dag door en toch wordt hij niet dik. Enerzijds omdat hij alles op de fiets doet (Maarten noch zijn echtgenote zijn in het bezit van een rijbewijs), anderzijds omdat hij bij voorkeur voedsel tot zich neemt dat stevig laxeert. ‘Mijn devies is: niet ontberen, maar laxeren.’ Daarom adviseert hij de lezer: beweeg en eet voedingswaren die de stoelgang bevorderen.
Het boek besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van het voedsel, de spijsvertering en de ontlasting. Er worden kooktips en recepten vermeld, maar vreemd genoeg wordt het belang van het gebit voor de spijsvertering niet genoemd.
- Goed kauwen is van levensbelang, zei mijn moeder. Het viel haar op dat tandeloze mensen mager zijn en corpulente mensen zelden tandeloos.
‘Als ik honger heb, steek ik wel een sigaret op,’ zei haar vader.

(1) Maarten ‘t Hart, Het Dovemansorendieet. Over zin en onzin van gewichtsverlies, Amsterdam 2007, Arbeiderspers, p. 161