0475 Kabouter

Een kabouter is herkenbaar aan 
zijn of haar puntmuts die rood van kleur is.
Het is onbekend hoe groot een kabouter is. Rien Poortvliet schat de grootte op vijftien centimeter inclusief puntmuts. Maar andere 
schrijvers en ‘waarnemers’ schatten de kabouter groter, tot wel vijf-enveertig centimeter.
Traditioneel komen er geen kabouters voor met een bruine of zwarte huidskleur; het betreft altijd blanke mannetjes met een vrij rode neus. (Wikipedia, 06-07-2007)
Kabouters zijn solitair en wonen bij voorkeur in een paddestoel of in een holle boom. In tegenstelling tot smurfen bouwen ze geen dorpen.

Kabouters zijn nachtmensen.

Bekende kaboutersoorten zijn tuinkabouters, bierkabouters 
(komen vooral in België voor, afbeeldingen van bierkabouters tref je aan op flessen van het biermerk ‘La Chouffe’), zand--kabouters, huiskabouters, graskabouters en boskabouters.
Weinig bekend zijn de Siberische kabouter en de sneeuwruim-kabouter.

Onlangs is in de zomer van 2006 rondom de a1 de ‘bruinka-bouter’ gespot. Het is een negroïde kabouter met een rode neus. Hij heeft geen baard maar een plukje haar op de kin als gevolg waarvan 
hij ook ‘geitkabouter’ wordt genoemd. Het meest opvallende aan de bruinkabouter is zijn penis: die is niet bedekt. Bruinkabouters worden voornamelijk op vluchtstroken waar-genomen, hetgeen reeds menig automobilist in verwarring heeft gebracht.