0479 Vergroeiing

Ze heeft een vergroeiing, niets ernstigs. Het vlees van haar rechteroorlel heeft zich gedurende de zwangerschap niet losgeweekt van haar hals. Oorbellen draagt ze niet. Als kind droeg ze er, uit baldadigheid, soms één.
Ze woont in een huisje aan de snelweg: de snelweg is haar voortuin. Het is een huis met een puntdak en een achtertuin die als een te grote broek rondom het huis slobbert.
De straatweg van Deventer naar Hengelo telde aan het begin van de negentiende eeuw elf tolhuizen, waarvan de meeste, mede door de komst van de spoorwegen, in negentienhonderd werden afgeschaft. Honderdenvijftig jaar geleden stond er op de plek van haar woning, waar de Tolweg de Larense weg kruiste, een tolhuis.

De wekker zoemt alle ochtenden om kwart voor zeven. Ook in de weekeinden. Ze staat op, laat de hond in de tuin, maakt koffie en kijkt naar buiten. Ze wacht op P.
P. is een man die elke ochtend omstreeks half negen over het viaduct naar zijn werk fietst. P. is een natuurmens die er een kwestie van maakt altijd naar zijn werk te fietsen. Omdat hij aan deze zijde van de snelweg woont en het ict-bedrijf zich aan de andere zijde van de snelweg bevindt, fietst P. op zijn hybride van het merk Nishiki (‘wordt in Europa niet meer geleverd’) elke ochtend over de a1.
‘Met een auto,’ merkt hij op als mensen er naar vragen, ‘kan ik niet anders dan een aantal lussen volgen waardoor ik een kwartier langer onderweg ben.’

Joanna steekt een sigaret op. Ze tikt gedachteloos met een vinger haar vergroeide oorlel aan. Ze heeft plaatsgenomen in een stoel van Ikea, een cadeau van haar jongste dochter, die ook al het huis uit is. Het is 08.31 uur.
In de gebogen figuur op het viaduct herkent ze P. Zijn brillen-glazen zijn beslagen, zijn krullen waaien in de wind. Elke ochtend heeft P. tegenwind. Daardoor kan Joanna hem goed en aandachtig volgen. Hij moet alle ochtenden bergop, het viaduct over. Eigenlijk is P. haar filmheld én haar lievelingsacteur (ze gaat nooit naar de bioscoop).
P. komt van links, zoals in een Grieks drama. In Griekse drama’s komen de helden van links, wat slecht is komt van rechts. Daar heeft Joanna over gelezen.
‘Het heeft met de leesrichting te maken’, zei ze tegen een vriendin die nooit luistert.

Die ochtend is P. er niet. Joanna begrijpt het niet, ze controleert de batterij van haar elektrische keukenklok, raadpleegt haar pc 
en belt zelfs (dat dat nog bestaat!) de telefonische tijdmelding.
Het is 08.34 uur, exact de tijd (plus drie minuten) dat P. op de fiets het viaduct over de a1 neemt.
Joanna steekt een tweede sigaret op. Haar hond keft. Voor het eerst in al die jaren hoort ze auto’s over de snelweg razen. Het geluid irriteert haar.
‘Ik moet hier weg’, denkt ze.