0482 Staccato

‘Je kan je afvragen of het staccato waarin je schrijft af en toe geen onderbrekingen behoeft.’
‘Grappig’, antwoordt de beeldend kunstenaar die juist een novelle heeft gepubliceerd.
‘Een goede vriend van me maakte een soortgelijke opmerking. Hij opperde dat bepaalde gedachten in de dialogen in principe tot in het absurde kunnen worden doorgedacht, tot aan het moment dat ze, als een draaiend wiel in een film stilvallen en optisch de andere richting opdraaien. Interessant. Het is waar, ik schrap voortdurend om het verhaal snelheid te geven. Ik gun de lezer nauwelijks rust. Er worden te veel langdradige en overbodige 
zinnen opgeschreven.’
E. die zichzelf een glas sherry in schonk, mengde zich in het gesprek en zei:
‘Ben jij eigenlijk in staat om een gedachte tot in het absurde 
door te denken? Ik bedoel: is het staccato waarvan je je bedient een keuze of is het een gevolg van niet anders kunnen? Met 
andere woorden: maak je van de nood een deugd? Ik wind er 
geen doekjes om, dat merk je.’
Het is maart 2007. De beeldend kunstenaar die juist een novelle heeft gepubliceerd, bevindt zich in het gezelschap van mannen aan een tafel in een etablissement te R. Hij waant zich in een literaire salon uit de negentiende eeuw.
‘Dit nooit meer’, denkt hij bij zichzelf.