Franz Kafka

19 mei 2010

Tot 1922 werkt Franz Kafka op het Verzekeringsinstituut voor Arbeidersongevallen van het koninkrijk Bohemen. Hij houdt zich bezig met de veiligheidsrisico's voor arbeiders die met machines werken. Kafka wordt door zijn werkgever gewaardeerd, vele promoties vallen hem ten deel. Toch maakt hij weinig vrienden. Kafka is een druk man: ‘s nachts schrijft hij, in de ochtenduren werkt hij op kantoor en ‘s middags werkt hij zijn slaaptekort weg.
Het wekt geen verbazing dat Franz zich daarom in de weekeinden als cowboy verkleedt. Op die dagen ontmoet hij collega’s met dezelfde voorliefde. Ze drinken, discussiëren en wisselen gadgets uit. Op een van deze bijeenkomsten leert Franz Kafka Theodor Spritzlein kennen.

Spritzlein is een homoseksuele cowboy. Kafka, die met vrouwen een moeizame relatie onderhoudt, ervaart de aandacht van Spritzlein als oprechte vriendschap. Spritzlein wil Franz het liefst op de korrel nemen diep en frontaal in de poederdoos. Hij weet waar Kafka werkt, op welke uren, en laat op verjaardagen een doos donkerbruine bonbons afgeven. Hij verliest Franz geen moment uit het oog.

Computers spelen geen rol in het begin van de twintigste eeuw. Administratief werk, het schrijven van rapporten en dergelijke, wordt met de hand gedaan. Tijdens een cowboymiddag toont Spritzlein Franz een vlakgom.
‘Klebgummi!’ roept Franz verrukt uit. ‘Spritzlein! Was machst du, Kerl?’
‘Rechnungsführung,’ antwoordt Theodor. Er zijn weinig boekhouders met zo’n scherp oog voor vlakgom als Theodor Spritzlein. Hij toont Franz een ander, iets groter gom. Kafka nodigt Spritzlein uit op kantoor.
‘Kann ich dir meine Sammlung zeigen,’ zegt Kafka.

Spritzlein is niet onder indruk van Kafka’s collectie. Ze wisselen desondanks enkele vlakgommen uit en zijn vrienden voor het leven. Kafka werkt aan een nieuwe tekst: Das Geschäftshaus. Spritzlein vraagt of hij het manuscript, wanneer het Franz behaagt, mag inzien.
‘Geen sprake van,’ zegt Kafka.
Twee jaar later echter schenkt Kafka Theodor op zijn jaardag het manuscript. Theodor leest het eenenvijftig pagina’s tellende geschrift met aandacht en gumt de tekst van achteren naar voren uit.