Marcel Broodthaers

23 juli 2010

In 1956 gaf Marcel Broodthaers een gedichtenbundel uit: Les Statues de Bruxelles. Hij was tweeëndertig jaar. Pas op zijn veertigste stelde hij zijn eerste kunstwerk tentoon, een in gips gegoten stapel niet verkochte poëziebundels getiteld: Pense-bête.
In 1991 schreef ik voor het kunsttijdschrift Metropolis M een artikel over Marcel Broodthaers. Ik besloot voor de gelegenheid Les Statues de Bruxelles naar het Nederlands te vertalen. Enkele jaren eerder had ik van Broodthaers’ weduwe, Maria Gillisen, een twaalftal 35mm films in een weekeindtas meegekregen die ik aan studenten op de Jan van Eyckacademie vertoonde. Na vertoning leverde ik de filmblikken opnieuw in Brussel af.
‘Voeten vegen,’ zei Maria toen ik de voor tweede keer de hal binnenstapte. Ik legde haar mijn vertalingen voor. De bonbons van Leonidas die ik voor haar had gekocht nam ze knikkend in ontvangst. We werkten de hele middag. Om vijf uur was het donker en ontstak de huishoudster het licht.
Samen met Maria reisde ik met de trein terug naar Antwerpen. Ter hoogte van Vilvoorde vroeg ze of ik in coöperatie met Galerie Ronnie Van de Velde wilde werken aan niet eerder gepubliceerd werk van Marcel Broodthaers. Aangekomen in Antwerpen droeg ik haar koffer en die van haar dochter de trappen van het station af. We bestelden een taxi. Ik zou erover nadenken.
Een Belgische vriend vertelde me later dat bonbons van Leonidas allesbehalve chique zijn.
Ik besloot mijn leven niet in het teken te stellen van de firma Broodthaers.