HALBE ZIJLSTRA

03 oktober 2011

Ik droom dat ik klaar kom in de mond van Halbe Zijlstra. Ik spuit zijn gelaat onder. Het sperma druipt van zijn kin. Er hangt een druppeltje aan een van zijn wimpers.
‘Méér,’ roept hij.
‘Ja hallo!’ reageer ik geïrriteerd. ‘Wie denk je dat je voor je hebt?’
Ik blaas enkele haren uit mijn gelaat en ontwaak.

Een van de uitdrukkingen die me tegenstaat luidt: ‘Iedereen draagt een rugzakje met zich mee.’ Ik vraag me af wat voor rugzakje Halbe met zich meedraagt, wat de inhoud is.
‘Ik ben avantgardist,’ antwoordt hij.

Onlangs las ik De handelsreiziger van de Nederlandse Cocaïne Fabriek van Conny Braam. In de Eerste Wereldoorlog levert Nederland zowel aan de Britten als aan de Duitsers cocaïne. De zogenaamde Java cocabladeren, met succes uit Peru geïmporteerd, sloegen in Nederlands Indië aan en leverden een prima kwaliteit cocaïne. Officieel werd de coke als medicijn verhandeld maar officieus aan militairen verstrekt om ze euforisch en opgefokt uit de loopgraven te jagen. Ik bedoel, avant garde is een van oorsprong militaristisch begrip. De voorhoede valt aan, de achterhoede volgt. Geheel onverwachts wordt de culturele voorhoede in Nederland sinds 2010 door Halbe Zijlstra gevormd.

Hans Magnus Enzensberger merkt over de avant garde op dat de vooruitgeschoven positie op het slagveld zich maar moeilijk laat transponeren naar de vooruitgeschoven positie in de tijd, zoals het begrip binnen de kunst wordt toegepast. Het en avant is bij militaire manoeuvres steeds ruimtelijk bedoeld terwijl het overgeheveld naar kunst en kunstenaar een vooruit-zijn-in-de-tijd betekent. Tegen wie of wat moet de kunst in zijn vooruitgeschoven positie ten strijde trekken?
De avantgarde kan uitsluitend a posteriori worden voorgesteld (en juist door de achterblijvers).