Economisch Beschouwd

14 mei 2012

Economisch beschouwd is het Minimalisme, Minimal Art, de meest effectieve kunststroming. Ze ontstond in de jaren zestig in de Verenigde Staten van Amerika. In Italië heet de stroming Arte Povera en in Nederland de Nul-beweging. Vertegenwoordigers van de Amerikaanse tak zijn onder andere Carl Andre, Donald Judd, Sol LeWitt, Dan Flavin en Ad Reinhardt. Tot de Arte Povera behoren: Luciano Fontana, Mario Merz, Jannis Kounellis, Giovanni Anselmo en Giuseppe Penone. De Nul-beweging bestond uit Jan Schoonhoven, Armando, Jan Henderikse en Henk Peeters.

Het Minimalisme is een prelude op de onthaasting: slow art. Vaak werkt het Minimalisme met gevonden voorwerpen: veertjes, takjes, elektriciteitsdraad, kiezels, leisteen, straattegels, staal. De investeringen van Minimal Art zijn minimaal. De verkoopprijzen van de minimale werken zijn gelijk aan de prijzen van traditionele kunstobjecten zoals schilderijen en sculpturen. De effectieve winst van minimale kunst is na aftrek van de productiekosten maximaal.

Kunstenaars en ondernemers begrijpen weinig van kunst en economie. Ondernemers denken dat kunst een bodemloze put is die louter geld kost en kunstenaars verwachten van bedrijven onmogelijke investeringen en eeuwige liefde. Het kan eenvoudiger: adopteer een kunstenaar.

Adopteer een kunstenaar is het uitschrijven van een modaal jaarloon voor een kunstenaar. Bedrijven keren moeiteloos jaarlonen inclusief sociale verplichtingen uit aan minder creatieve geesten (werknemers die vermoeden dat Marco Borsato een Renaissance kunstenaar is) dus waarom niet een jaarloon spenderen aan scherpzinnigheid en creativiteit? De kunstenaar voert gesprekken met de directie en is hij verplicht minimaal twee kunstwerken per jaar aan het bedrijf te schenken.
Moralisme verkleint de ondernemingszin: aan moralisme doen we niet. Volwassen, gezonde kunstenaars bieden zich als slaven aan. De essentie van het kunstenaarschap is nederigheid en dienstbaarheid. De honderdtallen die jaarlijks door de kunstopleidingen worden uitgespuugd vormen de database van Adopteer een kunstenaar. De vrijheid en onafhankelijkheid die de beeldende kunst en de popmuziek in de jaren zestig claimden, leidden tot een accumulatie van psychische problemen, impotentie, automutilatie, zelfhaat, ongewenste zwangerschappen, verlatingsangst, eenzaamheid en discriminatie.
Door recente bezuinigingen worden kunstenaars zienderogen kleiner, er zit krimp in. Dat spreekt de ondernemer aan: meer kunstenaars voor minder geld.